Bedevaart Bédoin

Half acht ‘s ochtends. Op de lokale binnenwegen rijden slechts witte bestelwagens met brood en gele bestelwagens met post. De muziek van Blaudzuns eerste staat al hard als de eerste lavendelvelden in beeld komen. Nog vijftig kilometer over deze wegen.
Ik passeer tot mijn vreugde en opwinding een bord dat duidelijk maakt dat ik zojuist de regio Cote d’Azur ben binnengereden. Malaucene is de plek waar de gehuurde auto drie uurtjes rust krijgt. Er is Viennoiserie te koop met veel amandelen en frambozen. Perfecte brandstof. Ik zet mijn fiets in elkaar en vertrek.

12 kilometer tot Bedevaart Bédoin. Van daaruit schijn je te moeten vertrekken, anders telt het niet. Dat is blijkbaar iedereen wijsgemaakt: hier fietsen al veel mensen over het opwarmertje met de leuke naam ‘col de la Madeleine’. 4 kilometer met een paar procent stijging en prachtige vergezichten op de kale berg en het Observatoire. Reuzenfallus op een zorgvuldig kaalgetrimde torso van stenen. Er staat Mistral, aangenaam bij temperaturen oplopend tot 35 graden.
Onderweg naar de start van de klim meen ik kale wijngaarden te herkennen waar Thor Hushovd zich ooit probeerde te verschansen voor de camera’s uit de helikopter. Hij moest schijten. Arme Thor onder zijn kale struikje. Drie keer moest hij van de fiets.
De Ventoux deed het hem dun door de broek lopen.

Bédoin is een oord van niets. Er is een fontein en een bord naar de top. Het is er gortdroog. Tijd indrukken en wegwezen hier. 10:00 uur stipt.
De aanloop is goed te doen. Gas geven of rustig opbouwen? Ergens tussenin dan maar. Na vier kilometer is het voorbij en hoef ik nog maar zeventien klimkilometers.
Maar dan…
Het Bos is lang, steil en overal hetzelfde: de helling, de weg, de bomen, en vooral de geparkeerde auto’s met Belgische kentekenplaten. Moeders, dochters en zonen met bidons en camera’s, hangend uit de achterbak. Er zijn vandaag alleen maar Vlamingen op de Ventoux.
Ontzettend lang duurt het. Dan draait de weg en komen de stenen tevoorschijn. Stenen waar de felle zon op kaatst en dat doen pijn aan de ogen. Er is hier geen leven: geen vogels, geen krekels, geen wegschietende hagedissen. Geen water, geen struiken, geen huizen, bruggen of bermen.
Echt. Alleen. Steen.

Een bochtje en zowaar een vlak stuk van honderd meter. Sportfotografen met klokken en kaartjes. En één procent minder stijging betekent direct een tand zwaarder rijden.
De helm gaat af bij Simpson. Dan ben ik bij het zeer steile slot tot het Observatoire met een braderie en verkeersopstopping op 1920 meter. Het is hoog. Net als de prijs van een drankje dat ik er aanschaf.
De Vlaamse families herenigen en ik daal af naar mijn geparkeerde huurauto.

Die beklimming vanuit Malaucene, die moet eigenlijk veel leuker zijn.