De avondploeg

’S avonds de weg op gaan voor een kort trainingsritje kan ook in de wintermaanden, en lijkt steeds populairder te worden. Het is vaak niet kouder dan een graad of vijf, en er zijn genoeg plekken waar het in de avonduren erg rustig op de weg is. We reden voor Fiets magazine (#2, feb 2016) een rondje mee om te ervaren hoe het is om in kou en duisternis door te trainen. En dat deden we in de Amsterdamse haven.

Paula Gemoets, patrones van Poeders Mann

foto: Paul Verelst archief

In Etappe #4, het magazine van Wielermuseum Roeselare, verschijnt in november 2015 een uitgebreid artikel over Paula Gemoets, ‘de eerste dame van de wielerwereld’. Zij sponsorde dertien jaar lang de wielerploeg van Dr. Mann, waar renners als Briek Schotte, Wim van Est, Peter Post en Herman Vanspringel successen behaalden. Een internationale topploeg, die zelfs tweemaal de wereldbeker voor beste wielerteam won. Dit artikel kwam tot stand op basis van een aantal interviews en een groot aantal bronnen. Lees verder

De Dakhaas presenteert: Hetiskoers!

de-dakhaas-x-het-is-koersNu in de winkel: de speciale Toureditie van Utrechts magazine ‘De Dakhaas’, met daarin een artikel dat ik schreef over het werk van de rondearts:

“Zdenĕk Štybars gezicht was na de val veranderd in een wijnrood masker vol zwarte vlekken. Het bloed uit zijn wonden had dunne rode lijntjes over zijn armen getrokken. Op zijn zongebruinde linkerbeen kleefde een bloederige afdruk van zijn kettingblad. De neergeknielde artsen en verplegers plaatsten direct een brace om zijn nek en wikkelden een stuk verband om zijn hoofd. Toen ze het later terugzag, besefte Guusje dat de televisiekijkers de vreemdste dingen zouden kunnen denken bij de beelden waarop zij op de rechterarm van een wielrenner zocht naar een geschikte plek om een infuus aan te leggen…”

De Dakhaas is te bestellen via www.dakhaas.nl  en bij de boekhandel

Deze maand in Fiets magazine: kasseistroken in Nederland!

cover5-FietsZijn er kasseistroken in Nederland? En zo ja, waar liggen de zwaarste secteurs?

Om achter de antwoorden op die vragen te komen plaatsten we eerder dit voorjaar een oproep op Hetiskoers. De reacties van fietsers uit het hele land stroomden binnen. Er blijken nog diverse weggetjes verstopt te liggen waar slechts lokale fietsers weleens overheen rijden. We vroegen het ook enkele (oud)profs, en met de verzamelde informatie op zak vertrokken we naar de uithoeken van Nederland, met als doel om een overzicht van meest uitdagende stroken in Nederland op te stellen. En om dat goed te kunnen doen, inclusief het toekennen van aantal sterren, moet je de stroken natuurlijk ook fietsen.
Dat hebben we geweten.

Het verslag van de zoektocht naar de zwaarste kasseistroken in Nederland staat deze maand in Fiets magazine, inclusief de locaties en het aantal sterren per strook.

Nie’ plooien! Een verslag vanuit Wevelgem

wevelgemVeertien, vijftien, zestien, zeventien…
Nog één hoerenhuis aan de kaarsrechte Menenstraat passeren, en we zijn aan de streep in Wevelgem.
130 strekkende kilometers Westhoek en Heuvelland. Ze staan in de fietscomputer opgeslagen, en in het geheugen gegrift. Uitersten van pracht en lelijkheid. Schitterende glooiende heuvels met wijnranken en kasseiwegen zijn de parels in een zee vol rauwe lelijkheid. eindeloze steenwegen vol smakeloze villa’s, bordelen en meubelzaken. Aan elkaar geknoopte linten vol planologisch opportunisme. Een opengehouden akker dient er slechts als sperzone voor een hoogspanningsmast. Rond de mast graast een ezel en staat een caravan met een opdruk van club la Porte Bleue.

In dit hysterisch labyrint wijst een seingever op een eenzame kruising ons de juiste richting. Iemand bracht vanmorgen zijn rolstoel naar dit punt, wikkelde hem een deken om en wenste hem succes. Hij zit al uren op zijn post, en zal niet snel de kou vatten. ’t Is lastig koude voeten krijgen voor iemand geen voeten heeft.

Gisteren spraken we de neef van God. Dat was in café Cosmopolite, aan de Menense Stationsstraat. Ewald, de receptiemedewerker van ons hotel, raadde ons dit café aan. Ewald is een iel mannetje met ongewassen haar, een vettige huid en een te groot zwart pak aan. Zijn zweetlucht penetreert het hele hotel.
De receptiemedewerker is een verhaal apart. Zijn humor is onderkoeld en even rauw als het land van de Westhoek. Terwijl zijn ogen glinsteren, spreekt hij zijn lange zinnen in het ritme van de raskomiek. Inktzwarte grappen maakt hij. Wij hangen aan zijn lippen en volgen z’n suggesties. Als hij wijst op de blikken Cara pils in de automaat, dan trekken wij die. En als hij aanbeveelt op café bij Cosmopolite te gaan, dan doen wij dat. ’t is er authentieke charme, volgens Ewald.
Zo komen wij de neef van God tegen. Een grote, kettingrokende vent met een vreselijk wijf aan zijn zijde. Het wijf kraait ons lelijke dingen toe. Al konden we haar verstaan, we zouden niet luisteren. Niet nu wij met een familielid van Frank Vandenbroucke praten. Zijn ma is de zus van de moeder van VDB. Zoiets althans, is de familieband. God had veel ooms en tantes. En allemaal wonen ze in de Westhoek en fietsen ze jaarlijks samen naar het graf in Ploegsteert.
De neef van God heeft een kort en simpel advies voor ons: ‘nie’ plooien.’

We plooien niet. Niet na drie lekke banden, niet na de kasseien van Vlaanderens’ grootste ploert de Kemmel en niet na veertig kilometer tegen windkracht vijf en gevoelstemperatuur min vijf. We zagen ’n besneeuwd Michelinmannetje voorop een tractor op ‘t boerenerf waar we net depanneerden, en hingen ‘m de lekke band om. Een plastic talisman in de Westhoek. Misschien brengt het ons straks geluk.
Nog geen tien kilometer later sluit een plaatselijke gids zich bij ons aan. Een fietsende sherpa, ons baken voor de rest van de dag. Trouw als een Sint-Bernard wacht hij op ons terwijl een nieuw CO2 ampul binnen twee seconden een binnenband volpompt. Stilstaan is funest vandaag. Blijven rijden. Nie’ plooien.
Onze begeleider komt uit Wervik, vlakbij Wevelgem. Hij weet niet eens wat plooien is. Als hij platrijdt maant hij ons door te gaan. Hij redt zich wel.
Zoveel is zeker, maar we wachten toch.

Als de wind feller wordt suggereert hij ons te gaan draaien. Dat lukt: gedisciplineerd vormt zich een roterende waaier over de steenweg naar Ieper. De doortocht door de getroffen stad vormt het contrast met de lange rafelrand. Een schitterend herbouwd centrum vol kasseiwegen. Als onze trein door de Menenpoort dendert denken we flarden klaroengeschal van de Last Post te horen. En dan begint het lange aftellen tot de finishlijn in Wevelgem…

Na de tocht zit onze West-Vlaamse gids vanzelfsprekend bij ons aan de tafel in de halflege feesttent. Hij toont voor het eerst enige nervositeit: er staat nog geen bier op tafel. En we zijn toch al goed tien minuten binnen.

Onze Sint-Bernard wil z’n tonnetje brandewijn openen, maar wij plooien niet.
Deze ronde is voor ons.

 

–Toertocht Gent-Wevelgem. Zaterdag 23 maart 2013. —

Waar ligt de mooiste, langste of slechtste kasseistrook van Nederland?

3_PaveLiggen er in Nederland kasseistroken?
Ja, die liggen er.
Soms goed verstopt in donkere Drentse bossen of doodlopend tegen de Belgische grens bij Zeeuws-Vlaanderen, maar het zijn onbetwist kasseien. En zo zijn er in Nederland wel meer plaatsen waar de asfalteermachine nooit kwam.
Maar waar liggen de mooiste, langste of slechtste stroken van Nederland? En hoeveel sterren verdienen die?

Hetiskoers! en Fiets magazine slaan de handen ineen om een mooi overzicht te maken van de meest uitdagende kasseistroken in Nederland. In april/mei verschijnt in Fiets magazine een artikel over deze stroken.

http://hetiskoers.nl/2014/waar-ligt-de-mooiste-langste-slechtste-kasseistrook-van-nederland/

Fish, oerrenner in Soigneur #6

Soigneur #6

Soigneur #6


“Het is alsof Stefan Vis fietst in een verkeerd tijdperk. Vis, de oerrenner, zou honderd jaar geleden lachend hebben rondgereden met een tube om zijn nek. Klaar om onderweg zelf zijn pech te verhelpen bij de plaatselijke smid, om daarna in slaap te vallen in een hooiberg.”

Voor het nieuwste nummer van magazine Soigneur schreef ik een portret over Stefan ‘Fishy’ Vis, succesvol fixierijder en oerrener.

 

Helden #14, Op bedevaart van Diekirch naar Valkenswaard

Helden14kleinDiekirch-Valkenswaard, dat is een bedevaart die je als fietser minimaal een keer moet hebben volbracht. Al op vrijdagmiddag overspoelen fietsliefhebbers uit Zuidoost-Brabant het Luxemburgse plaatsje. Per auto, touringcar, een enkeling per trein. Maar de terugweg naar huis op zaterdag, die fietsen ze. Familieleden en vrienden vormen dan een konvooi volgauto’s op de 265 kilometer van Diekirch terug naar huis. In de straten van Valkenswaard escorteren politiemotoren de deelnemers in de laatste kilometer tot de streep. De sfeer aan de finish is als bij een natourcriterium: massa’s mensen staan er, met bloemen en met bier. Valkenswaard viert uitbundig het afscheid van een eindeloze wielerzomer.

Ik reed de toerklassieker over 265 km tweemaal, en vroeg oud-wielerprofs die de tocht ook reden naar hun ervaringen. Het verhaal staat in magazine ‘Helden, wielersport in Brabant’ en verschijnt op 13 november.

 

hetiskoers op radio6!

RADIO 6_SJ_CMYKOp werkdagen tijdens de Tour de France: hetiskoers op radio6!

’s Ochtends om kwart voor negen nemen Martijn Sargentini, Joost Jan Kool en Jan Sonneveld om beurten alle ontwikkelingen in de Tour door met presentator Jaap Brienen.

Vanaf de tweede Tourweek live vanuit Frankrijk.

Bedevaart Bédoin

Half acht ‘s ochtends. Op de lokale binnenwegen rijden slechts witte bestelwagens met brood en gele bestelwagens met post. De muziek van Blaudzuns eerste staat al hard als de eerste lavendelvelden in beeld komen. Nog vijftig kilometer over deze wegen.
Ik passeer tot mijn vreugde en opwinding een bord dat duidelijk maakt dat ik zojuist de regio Cote d’Azur ben binnengereden. Malaucene is de plek waar de gehuurde auto drie uurtjes rust krijgt. Er is Viennoiserie te koop met veel amandelen en frambozen. Perfecte brandstof. Ik zet mijn fiets in elkaar en vertrek.

12 kilometer tot Bedevaart Bédoin. Van daaruit schijn je te moeten vertrekken, anders telt het niet. Dat is blijkbaar iedereen wijsgemaakt: hier fietsen al veel mensen over het opwarmertje met de leuke naam ‘col de la Madeleine’. 4 kilometer met een paar procent stijging en prachtige vergezichten op de kale berg en het Observatoire. Reuzenfallus op een zorgvuldig kaalgetrimde torso van stenen. Er staat Mistral, aangenaam bij temperaturen oplopend tot 35 graden.
Onderweg naar de start van de klim meen ik kale wijngaarden te herkennen waar Thor Hushovd zich ooit probeerde te verschansen voor de camera’s uit de helikopter. Hij moest schijten. Arme Thor onder zijn kale struikje. Drie keer moest hij van de fiets.
De Ventoux deed het hem dun door de broek lopen.

Bédoin is een oord van niets. Er is een fontein en een bord naar de top. Het is er gortdroog. Tijd indrukken en wegwezen hier. 10:00 uur stipt.
De aanloop is goed te doen. Gas geven of rustig opbouwen? Ergens tussenin dan maar. Na vier kilometer is het voorbij en hoef ik nog maar zeventien klimkilometers.
Maar dan…
Het Bos is lang, steil en overal hetzelfde: de helling, de weg, de bomen, en vooral de geparkeerde auto’s met Belgische kentekenplaten. Moeders, dochters en zonen met bidons en camera’s, hangend uit de achterbak. Er zijn vandaag alleen maar Vlamingen op de Ventoux.
Ontzettend lang duurt het. Dan draait de weg en komen de stenen tevoorschijn. Stenen waar de felle zon op kaatst en dat doen pijn aan de ogen. Er is hier geen leven: geen vogels, geen krekels, geen wegschietende hagedissen. Geen water, geen struiken, geen huizen, bruggen of bermen.
Echt. Alleen. Steen.

Een bochtje en zowaar een vlak stuk van honderd meter. Sportfotografen met klokken en kaartjes. En één procent minder stijging betekent direct een tand zwaarder rijden.
De helm gaat af bij Simpson. Dan ben ik bij het zeer steile slot tot het Observatoire met een braderie en verkeersopstopping op 1920 meter. Het is hoog. Net als de prijs van een drankje dat ik er aanschaf.
De Vlaamse families herenigen en ik daal af naar mijn geparkeerde huurauto.

Die beklimming vanuit Malaucene, die moet eigenlijk veel leuker zijn.