Wie legde de keien van de Munnikenweg?

Zondag 14 mei heeft de profronde van Noord-Holland voor het eerst in haar eenenzeventigjarige geschiedenis een start én finish in Alkmaar. De oudste wielerklassieker van Nederland passeert dan onderweg driemaal de Munnikenweg, de enige échte kasseienweg in het noordelijke deel van Nederland. Een weg met een eeuwenoude geschiedenis van strijd en belegering, waarover veel verhalen verschenen. Maar wie hier ooit de kasseien legde, en wanneer dat was, dat is onduidelijk.

Samen met Machiel Kouwenberg dook ik voor het Noord-Hollands Dagblad in de Alkmaarse archieven.

Debuut ‘Keizwaar, koersen over kasseien & kiezelstenen’ verschijnt voorjaar 2018

Op donderdag 5 januari tekende ik een auteurscontract bij Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum. Het boek ‘Koersen over kasseien en kiezelstenen’ zal bij hen verschijnen en ligt in het vroege voorjaar van 2018 in de boekhandel. Precies op tijd voor een nieuwe reeks voorjaarsklassiekers over ruwe wegen.
Voor het boek ga ik in het komende seizoen langs bij wielerwedstrijden in Zeeuws-Vlaanderen, Brabant en Drenthe, en spreek ik met (ex-) renners over de kunst van het rijden over ruw parcours.

Ik had nog een speciaal flesje staan, en dat ging die avond open…

De avondploeg

’S avonds de weg op gaan voor een kort trainingsritje kan ook in de wintermaanden, en lijkt steeds populairder te worden. Het is vaak niet kouder dan een graad of vijf, en er zijn genoeg plekken waar het in de avonduren erg rustig op de weg is. We reden voor Fiets magazine (#2, feb 2016) een rondje mee om te ervaren hoe het is om in kou en duisternis door te trainen. En dat deden we in de Amsterdamse haven.

De Staalmeesters van RIH

Soigneur11“Aan de muur van Wim van de Kaaijs werkplaats in de Amsterdamse Jordaan hingen vergeelde foto’s van grote kampioenen. Schulte, Post, Knetemann en van Moorsel; ze kwamen vroeger allemaal bij hem over de vloer. Met de opkomst van superlichte carbonframes werd het een stuk rustiger voor de framebouwer. De wereld om hem heen was veranderd, hijzelf niet. Het glorieuze verleden klitte sindsdien vooral samen tegen de bakstenen muren van het pand aan de Westerstraat. Twee jaar geleden leek het doek definitief te vallen. Tot een aantal liefhebbers zich bij Wim meldde om RIH Sport Amsterdam te laten voortbestaan…

In het voorjaarsnummer van Soigneur Magazine (#11) staat een reconstructie van een periode waarin het Amsterdamse bedrijf na 80 jaar vanuit de Jordaan naar Noord verhuisde, en haar Staalmeester Wim van der Kaaij verloor.

De Muur #46, De dood rolt mee

Op het moment dat de internationale wielerwereld met Willy Lauwers kennismaakte, trok het noodlot alles alweer omver. Hij werd op vijf dagen na 23 jaar, maar hij had zoveel talent dat hij twee, misschien wel drie carrières volbracht.
Muur_46_omslag
Zijn geschiedenis is, bijna zestig jaar later, weggestopt in schoenendozen op zolderkamers en achter stalen roldeurkasten in archiefkelders. Ook legendes wacht niet altijd de eeuwige herinnering. 

Het verhaal ‘Rupske Lauwers, de jonggestorven koning van het Antwerps Sportpaleis’ staat in het septembernummer van De Muur (#46).

Artikel over Filippo Simeoni in tijdschrift De Muur (nr. 42)

Omslag_de_MuurDe nieuwe editie van tijdschrift De Muur (nr. 42) ligt vanaf half september in de winkel en bij de abonnees op de mat. Voor dit tijdschrift schreef ik een verhaal over Filippo Simeoni, oud Italiaans kampioen en voor eeuwig achtervolgd door Armstrong.
Een voorproefje uit dit verhaal:

“…Simeoni zit niet meer op de fiets, hij hangt er aan. Met alle macht en overgave probeert hij de grote groep voor te blijven in de kaarsrechte, brede straten die leiden naar de plek waar de bel nog nagalmt van de voorlaatste passage.
Achter hem zetten de kopmannen hun beulen aan het werk. Bonkige werkvoorbereiders als Manuel Quinziato voeren het tempo van de achtervolgende groep op. In die groep een aantal renners die Simeoni’s bloed wel kunnen drinken.

De lange gestalte van de zevendertigjarige uit Sezze sleurt zich naar de finish en heeft net genoeg over om zijn forse neus als eerste over de streep te drukken. Achter hem sprint de complete groep naar zijn achterwiel. De hele groep, op één renner na. De jonge Giampaolo Caruso steekt juichend zijn handen uit en kijkt over de ruggen van de sprintende vedettes naar zijn winnende wegkapitein.

Een halve seconde, twee fietslengten om Pozzato en Visconti met een gezicht vol chagrijn op een lagere trede te dwingen. De foto van het podium in Bergamo is een juweel voor hen die de underdog supporteren.”

Helden#13, Bingo in de auto bij Piels

cover_klein_helden13Nervositeit, strijd met de jurywagen, schrik bij valpartijen, koerstaal. De wedstrijd achter het peloton, die van de volgwagens. Na een dollemansrit tijdens de Memorial Arno Wallaard schreef ik het verhaal ‘Bingo in de auto bij Piels’ voor het magazine Helden, wielersport in Brabant.

Woensdag 17 april werd Helden#13 gepresenteerd in De Groene Engel in Oss, tijdens het Brabants Wielercafé. Helden is nu verkrijgbaar via de boekhandel of online via  www.blueonbike.nl

http://www.brabantswielercafe.nl/

Op de veilige rug van het stenen pad

13_martijn_autoshotL’enfer du Nord prijkt groot op een spandoek boven het stade vélodrome Roubaix.
Hel van het Noorden. Het moet eigenlijk op het stadscentrum van deze rauwe aankomstplaats slaan. Doods, grauw, oud, zonder enig vertier of sprankje schoonheid.
De couleur locale is grijs. Donkergrijs.
We gaan straks de secteurs aftellen en beginnen na vijftig asfaltkilometers bij strook zeventien: La Trouée d’Arenberg. Daar is de echte Hellepoort en Sean Kelly staat er breed lachend onder. We slaan rechtsaf en denderen Het Bos in.

A votre service: Trouee d'Arenberg

A votre service: Trouee d’Arenberg

De kasseien liggen in de slagschaduw van de oude mijn en haar lifttorens. Mineurs groeven hun gangen recht onder dit Bos. Éen van hen deed dat al vanaf zijn veertiende. Jean Stablinski, zoon van Poolse ouders, tipte de koersorganisatie over dit bospad…
Stablinski. Hij reed zelf als verdienstelijk coureur diverse malen in Paris-Roubaix. Opvallend genoeg kwam hij met zijn idee van Het Bos op de proppen toen de koerskoempel zelf al een jaar zijn fiets aan de haak had hangen.
Grapjas, die Stablinksi.

5.Dirk_Arenberg

De Hel timmerde haar nooduitgangen dicht als de cafés in de binnenstad van Robaais. Ontsnappen naar het grindpad is onmogelijk. Spartelende sukkelaars slingeren als extra hindernis van links naar rechts over de strook. Wie er langs wil moet van de stenenrug, wijken naar de lage flanken van de strook. Daar waar de gaten gapen. Gaten die rechtstreeks toegang geven tot de donkere tunnels van Stablinski.
Wie wijs is blijft in het midden. Op de veilige rug van het stenen pad.

Een asfaltweg tussen Arenberg en Pont Gibus

Een asfaltweg tussen Arenberg en Pont Gibus

De Pont Gibus is terug in het parcours na een opknapbeurt door les Amis de Paris-Roubaix. Ze kunnen een steentje leggen, die Amis: Pont Gibus zoeft onder onze velgen weg als een vliegend tapijt. Tegen de dertig per uur gaat het hier. Wie zei dat de kasseien van Vlaanderen of de Munnikenweg in Oudorp kinderspel waren?
Stenen zijn stenen. Er liggen er hier alleen veel meer. En sommigen liggen wat schever en slechter dan anderen. Maar goed beschouwd valt er best op te fietsen. En anders smokkel je eens iets op het kantje, waar de gevaren loeren.

l'Enfer du Nord

l’Enfer du Nord

De mooiste stukken zijn de stroken die zo diep zijn weggezonken dat het midden omhoog kwam. De middelste stenenrij kreeg een permanent slijklaagje, verhard door de droogte: een vlak pad van enkele centimeters. Wie goed stuurt doet er zijn voordeel mee. Voila, Paris-Roubaix is gemaakt voor crossers, veldrijders, durfals die het gooi- en smijtwerk niet schuwen en graag eens tegen de  muren vliegen. Inhalen gaat met een korte, resolute ruk naar de onbegaanbare delen van het pavé: links en rechts van het midden, daar waar de rupsbanden van de boerentrekkers alle stenen lostrokken en in het Franse slijk lieten verzinken. Het moet soms even. Wie op een te laag tempo achter ‘n ander blijft trappen neemt het onnodige risico zijn benen stil te moeten houden of, nog erger, zijn remmen te moeten gebruiken.

Cafe la Villette, Orchies. Helaas, gesloten.

Cafe la Villette, Orchies. Helaas, gesloten.

De kasseistroken volgen elkaar op in een constant ritme: eerst een doorkomst door een dorp zonder kerktoren, dan aan de dorpsrand van de doorgaande weg af, over een smalle asfaltbaan die de akkers omzoomd. Plots ergens naar rechts een veld in over een smal stenenpad helemaal tot de horizon, waar een koeltoren stoom afblaast in de koele voorjaarslucht.

In de dorpen geen spoor van een volksfeest. Nergens staat een tap buiten, nog geen vlaggetje is opgehangen. Waar staan de mysterieuze reuzenpoppen van papier-maché met hun kledendracht van deze streek?

In de Hel viert men geen feest.

3_Pave9_verzorging

Het is tijd voor Mons-en-Pévèle. Een lange strook waar volgens Christophe Vandegoor ‘de ene kassei nog nonchalanter tegen de aarde werd gesmeten dan de andere.’ Dat geldt al helemaal voor de vijfsterrenstrook van Carrefour de l’Arbre. De laatste echt zware. Omdat we de hele dag naar het plaveisel staren was de Auberge de l’Arbre daar plotseling. Waar het Bos bij Arenberg het begin markeert, is deze herberg het eind. Verlossing.
De uitgang van de Hel.

Uiteraard is de Herberg niet open. Vandaag niet, morgen ook niet. Er is onderweg geen enkel café open. De Vlaamse wielerhooligans nemen hier hun eigen bier mee en rollen de vaten het Carrefour op.

Het Velodrome Roubaix.

Het Velodrome Roubaix.

Wij drinken wijn. En bier. En nog meer wijn. Op het bereiken van de piste zonder ook maar één technisch mankement. Zes reservebandjes werden voor niets aangeschaft.
Op onze 25mm Rubino’s met zes bar hebben we zoveel grip dat we moeiteloos omhoog sturen, de curve in. Als kasseistenen vallen we de eindsprint in.

De douches blijven voor ons gesloten. Morgen zijn ze open, voor die enkele liefhebbende prof die niet in zijn touringcar het stof uit zijn longen rochelt. Verschil moet er zijn. Maar wie dacht dat de beroemde douches in het stokoude vélodrome spartaans waren, bezocht nooit het sanitair van het Formule 1 Roubaix Centre.

Aan tafel bij Brasserie L’impératrice Eugenie wanen wij ons, gezeten achter een schaal oesters en flessen goede wijn, even weg uit Roubaix centre. L’enfer du Nord.

22_Piste_overview

‘Het Kopje? Dat slaat in je benen, man!’

Wielrenners uit Amsterdam en omstreken hebben slechts één korte beklimming toebedeeld gekregen. Gelukkig wel een heel bijzondere. Een klim met variatie in wegdek en stijgingspercentage, met bochten en rechte stukken en in een prachtige omgeving: het Kopje van Bloemendaal.

Het Kopje heeft slechts één prof als ambassadeur toebedeeld gekregen. Gelukkig wel een heel bijzondere. Amsterdammer Gerrie Knetemann koesterde het Kopje. Hij trainde er vaak en lang en sprak er veel over. En hij ontmoette er zijn vrouw Gré.

Helaas, Gerrie is er niet meer. Maar het is een prettige gedachte dat er ook over het Kopje ooit een regenboogtrui reed.

Lees verder op: http://hetiskoers.nl/2012/het-kopje-dat-slaat-in-je-benen-man/

Rooks en Theunisse, Koningskoppel

Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse. De laatste Nederlandse namen die Franse wielerliefhebbers nog écht met ontzag uitspreken: ‘Rookse et Thuunisse!
De laatste Nederlandse bergkoningen. Niemand in Nederland bracht de bolletjestrui naar Parijs, behalve de twee ploeggenoten van team PDM. Rooks bracht ‘m zelfs naar Warmenhuizen.
Volgend jaar is het alweer vijfentwintig jaar geleden. Een goed moment voor een speciale uitgave over de twee klimmers, dacht auteur Peter Tetteroo.

Lees verder op http://hetiskoers.nl/2012/rooks-en-theunisse-koningskoppel/