Nie’ plooien! Een verslag vanuit Wevelgem

wevelgemVeertien, vijftien, zestien, zeventien…
Nog één hoerenhuis aan de kaarsrechte Menenstraat passeren, en we zijn aan de streep in Wevelgem.
130 strekkende kilometers Westhoek en Heuvelland. Ze staan in de fietscomputer opgeslagen, en in het geheugen gegrift. Uitersten van pracht en lelijkheid. Schitterende glooiende heuvels met wijnranken en kasseiwegen zijn de parels in een zee vol rauwe lelijkheid. eindeloze steenwegen vol smakeloze villa’s, bordelen en meubelzaken. Aan elkaar geknoopte linten vol planologisch opportunisme. Een opengehouden akker dient er slechts als sperzone voor een hoogspanningsmast. Rond de mast graast een ezel en staat een caravan met een opdruk van club la Porte Bleue.

In dit hysterisch labyrint wijst een seingever op een eenzame kruising ons de juiste richting. Iemand bracht vanmorgen zijn rolstoel naar dit punt, wikkelde hem een deken om en wenste hem succes. Hij zit al uren op zijn post, en zal niet snel de kou vatten. ’t Is lastig koude voeten krijgen voor iemand geen voeten heeft.

Gisteren spraken we de neef van God. Dat was in café Cosmopolite, aan de Menense Stationsstraat. Ewald, de receptiemedewerker van ons hotel, raadde ons dit café aan. Ewald is een iel mannetje met ongewassen haar, een vettige huid en een te groot zwart pak aan. Zijn zweetlucht penetreert het hele hotel.
De receptiemedewerker is een verhaal apart. Zijn humor is onderkoeld en even rauw als het land van de Westhoek. Terwijl zijn ogen glinsteren, spreekt hij zijn lange zinnen in het ritme van de raskomiek. Inktzwarte grappen maakt hij. Wij hangen aan zijn lippen en volgen z’n suggesties. Als hij wijst op de blikken Cara pils in de automaat, dan trekken wij die. En als hij aanbeveelt op café bij Cosmopolite te gaan, dan doen wij dat. ’t is er authentieke charme, volgens Ewald.
Zo komen wij de neef van God tegen. Een grote, kettingrokende vent met een vreselijk wijf aan zijn zijde. Het wijf kraait ons lelijke dingen toe. Al konden we haar verstaan, we zouden niet luisteren. Niet nu wij met een familielid van Frank Vandenbroucke praten. Zijn ma is de zus van de moeder van VDB. Zoiets althans, is de familieband. God had veel ooms en tantes. En allemaal wonen ze in de Westhoek en fietsen ze jaarlijks samen naar het graf in Ploegsteert.
De neef van God heeft een kort en simpel advies voor ons: ‘nie’ plooien.’

We plooien niet. Niet na drie lekke banden, niet na de kasseien van Vlaanderens’ grootste ploert de Kemmel en niet na veertig kilometer tegen windkracht vijf en gevoelstemperatuur min vijf. We zagen ’n besneeuwd Michelinmannetje voorop een tractor op ‘t boerenerf waar we net depanneerden, en hingen ‘m de lekke band om. Een plastic talisman in de Westhoek. Misschien brengt het ons straks geluk.
Nog geen tien kilometer later sluit een plaatselijke gids zich bij ons aan. Een fietsende sherpa, ons baken voor de rest van de dag. Trouw als een Sint-Bernard wacht hij op ons terwijl een nieuw CO2 ampul binnen twee seconden een binnenband volpompt. Stilstaan is funest vandaag. Blijven rijden. Nie’ plooien.
Onze begeleider komt uit Wervik, vlakbij Wevelgem. Hij weet niet eens wat plooien is. Als hij platrijdt maant hij ons door te gaan. Hij redt zich wel.
Zoveel is zeker, maar we wachten toch.

Als de wind feller wordt suggereert hij ons te gaan draaien. Dat lukt: gedisciplineerd vormt zich een roterende waaier over de steenweg naar Ieper. De doortocht door de getroffen stad vormt het contrast met de lange rafelrand. Een schitterend herbouwd centrum vol kasseiwegen. Als onze trein door de Menenpoort dendert denken we flarden klaroengeschal van de Last Post te horen. En dan begint het lange aftellen tot de finishlijn in Wevelgem…

Na de tocht zit onze West-Vlaamse gids vanzelfsprekend bij ons aan de tafel in de halflege feesttent. Hij toont voor het eerst enige nervositeit: er staat nog geen bier op tafel. En we zijn toch al goed tien minuten binnen.

Onze Sint-Bernard wil z’n tonnetje brandewijn openen, maar wij plooien niet.
Deze ronde is voor ons.

 

–Toertocht Gent-Wevelgem. Zaterdag 23 maart 2013. —

Waar ligt de mooiste, langste of slechtste kasseistrook van Nederland?

3_PaveLiggen er in Nederland kasseistroken?
Ja, die liggen er.
Soms goed verstopt in donkere Drentse bossen of doodlopend tegen de Belgische grens bij Zeeuws-Vlaanderen, maar het zijn onbetwist kasseien. En zo zijn er in Nederland wel meer plaatsen waar de asfalteermachine nooit kwam.
Maar waar liggen de mooiste, langste of slechtste stroken van Nederland? En hoeveel sterren verdienen die?

Hetiskoers! en Fiets magazine slaan de handen ineen om een mooi overzicht te maken van de meest uitdagende kasseistroken in Nederland. In april/mei verschijnt in Fiets magazine een artikel over deze stroken.

http://hetiskoers.nl/2014/waar-ligt-de-mooiste-langste-slechtste-kasseistrook-van-nederland/